Ferrocarril Central Andino: geschiedenis
De spoorlijn van Lima naar la Oroya dank zijn bestaan aan
Henry Meiggs. Zijn bijnaam was ook wel 'Don Erique'. Hij is geboren in in 1811,
maakte en verloor zijn fortuin in de Verenigde Staten. In 1854 ontvluchte hij
het land vanwege zijn schuldeisers. In Chili vergaarde hij een nieuw fortuin met de aanleg van
spoorlijnen.
|
|
Henry
Meiggs 7 juli
1811 - 29 sept. 1877
|
In Santiago werd hij een gerespecteerd man. Nadat de Peruaanse
regering vanwege zijn faam bij hem al inlichtingen had ingewonnen over
spoorwegen, verwierf hij in 1869 een contract voor de aanleg van de spoorlijn
van Lima naar la Oroya.
Zijn succes was onder andere te danken aan zijn vermogen om goede ingenieurs
te kiezen en een loyale sfeer onder zijn arbeiders te kweken. Een jaar na zijn
dood, 1877, was de lijn gevorderd tot Chicla.
In 1879 brak er een oorlog uit tussen Peru en Chili, wat een spoedige
voltooiing van de spoorlijn verhinderde. In 1893 was het laatste deel van de
spoorlijn bij la Oroya voltooid volgens de eerste aanwijzingen van Henry Meiggs.
De berg boven te top van de lijn is naar Meiggs vernoemd.
De spoorlijn is ter hoogte van Carrion/Verrugas het opvallendst: Hier is in
1870 een opvallende brug voltooid die qua grootte de derde brug ter wereld was:
175 meter lang en 77 meter hoog. De eerste brug werd in 1889 na hevige regenval
en lawines weggevaagd. De huidige brug is de derde brug welke in 1937 is
gebouwd.
De Chaupicacha brug is tijdens onderhoudswerkzaamheden in 1909 door
locomotief nr. 33 ingestort toen deze terugkwam van water tanken in Tambouraque.
De wielen van de locomotief nr. 33 slipten tijdens de afdaling op vettige rails
en de locomotief gleed tegen een hijskraan welke met brug, locomotief,
ingenieurs en 200 Jamaicaanse arbeiders de diepte instortte. In de afgrond
zouden de ondersteboven gekeerde locomotief en kromme dwarsbalken nog te zien
moeten zijn.
Bij Cacray loopt bij het bovenste keerpunt een oud pad, de Camino Real,
waarover in vroegere tijden goud en zilver uit de mijnen bij Cerro de Pasco naar
Lima werden vervoerd. Vanwege de in verhouding hoge vervoerskosten, vooral voor
metalen als koper en lood is de spoorlijn aangelegd. De kosten van de aanleg van
de spoorlijn zijn echter niet opgebracht door goud of zilver maar door
vogelpoep. Op zeevogelpoep van de Peruaanse eilanden voor de kust werden hoge
winsten gemaakt door deze naar Europa te verschepen als mest.
De Galera-tunnel is op de hoofdlijn de langste tunnel op het traject. De
Galera-tunnel is 1177 meter lang en het werk aan deze tunnel startte al in 1870
toen Meiggs in Lima begon met de aanleg van de spoorlijn. In de
Galera-tunnel bevindt zich tevens het hoogste punt van de hoofdspoorlijn: 4781
meter.
|